loader gif

Artikel: Utrecht doet niet aan meten luchtkwaliteit

Betrouwbaarheid gemeente in het geding

 

Door Paul Zaal en Itam van Teeseling

Utrecht heeft als enige van de vier grote steden (G4) geen eigen meetsysteem voor de luchtkwaliteit. Tot nu toe maakt de gemeente alleen gebruik van dubieuze rekenmodellen. Verkeerswethouder Tymon de Weger stelt dat de modellen voldoen aan de wettelijk gestelde eisen en dat meten niet nodig is. Bovendien zou een meetsysteem te duur zijn. Waarom heeft de gemeente Utrecht, als laatste van de G4, zo lang gewacht met meten?

In juli 2008 is er door de Nederlandse overheid een aanvraag bij de Europese Commissie gedaan om uitstel te krijgen bij het halen van de door de EU opgestelde luchtkwaliteitsnormen. Nederland kon namelijk niet aan de deze kwaliteitseisen voldoen. Nederland moet hiervoor echter kunnen bewijzen dat het binnen de nieuwe termijn wel kan voldoen aan deze eisen en heeft hiervoor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit opgesteld (NSL). Het gaat hier om een document met plannen om de luchtkwaliteiteisen binnen de gestelde termijn te behalen. Het is belangrijk voor de overheid om de eisen binnen de uitsteltermijn te halen omdat er anders boetes betaald moeten worden. Daarnaast kunnen veel bouwprojecten in Nederland niet doorgaan als ze niet aan de luchtkwaliteitseisen voldoen. Dit zou een ramp zijn op het gebied van stadsontwikkeling en de lokale economie van een gemeente. En bouwprojecten zijn er volop in Utrecht. Het stadsbestuur heeft dus flinke belangen bij het rapporteren van een goede luchtkwaliteit.

Meten versus rekenen

Utrecht heeft op dit moment drie meetpunten voor de luchtkwaliteit, die beheerd worden door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Deze meetpunten kosten per stuk 70.000 tot 100.000 euro, plus 20.000 per jaar voor onderhoud. De meetpunten zijn onderdeel van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en staan door heel het land verspreid, ze worden gebruikt om een globaal beeld te geven van de luchtkwaliteit in Nederland. Omdat er maar drie in Utrecht staan zijn deze meetpunten niet geschikt om een lokaal beeld te geven van de luchtkwaliteit. Hiervoor zouden er dus meer meetpunten moeten komen op plekken waar de luchtkwaliteit discutabel is. De hoge kosten van deze meetmethode worden, door de gemeente, als voornaamste reden opgevoerd om geen eigen metingen te doen. Liever maakt de gemeente gebruik van het zogenaamde CARII-rekenmodel, dat gewoon gratis te gebruiken is op de site http://car.infomil.nl. Dit is een wettelijk goedgekeurde rekenmethode om prognoses te maken op basis van onder andere de verkeersintensiteit, de verkeersuitstoot en weersomstandigheden. Deze manier van werken is echter uiterst bewerkelijk en een verkeerde “input” in het model leidt dus ook tot een verkeerde “output”. Een klein verschil bij bijvoorbeeld het invoeren van de verkeersintensiteit kan het verschil maken of de luchtkwaliteit boven of onder de norm zit. Om deze rekensommen te controleren zou het meten van de luchtkwaliteit dus een goede oplossing zijn en zou het het luchtkwaliteitsbeleid van Utrecht een stuk transparanter maken.

Ook is er een goedkopere meetmethode beschikbaar, de zogeheten Palmes-buisjesmethode. Deze methode wordt onder meer gebruikt door Wijk C Komitee, een bewonersgroep in de Utrechtse binnenstad. De metingen richten zich op de concentratie stikstofdioxide (NO2) in de lucht en dus niet op de uitstoot van fijn stof. Volgens woordvoerder Ben Nijssen is NO2 makkelijker te meten en geeft het een goede indicatie voor de mate van luchtverontreiniging. “Op zes plaatsen hebben we Palmes-buisjes laten ophangen. Deze buisjes bevatten een stof die reageert met stikstofdioxide”, legt Nijssen uit. Maandelijks worden de metingen door Bureau Blauw geanalyseerd, waarna de gemiddelde concentratie NO2 per meetpunt kan worden bepaald.

De Palmes-buisjesmethode is relatief simpel in het gebruik en kost, voor drie maanden meten, maar 150 euro per meetpunt. Maar er is ook kritiek. “De Palmes-buisjesmethode is geen geschikte methode om gedetailleerde uitspraken te doen over de luchtkwaliteit. Het geeft slechts een indicatie, meer niet’’, zegt Joost Wesseling, specialist op het gebied van modellering van de luchtkwaliteit bij het RIVM. Volgens hem is deze alternatieve meetmethode een stuk minder betrouwbaar dan de dure versie, maar het RIVM gebruikt deze methode wel om een globaal beeld van de luchtkwaliteit in een gebied te bepalen. Dat doen ze door groepjes van vier Palmes-buisjes op te hangen en van die meetresultaten het gemiddelde te nemen. Als ijking worden ook buisjes in de buurt van meer nauwkeurige meetapparaat opgehangen.

Een Palmes-buisje Bron: http://www.milieu.residentie.net/

Een Palmes-buisje
Bron: http://www.milieu.residentie.net/

Sjoemelen met cijfers

Volgens Kees van Oosten, oprichter van Bureau Rechtsbescherming, is het inderdaad een kwestie van belangen dat Utrecht niet meet: ,,Voor de kosten hoeven ze het niet te laten. Voor twintig euro kan je al een Palmes-buisje bestellen, die je dan ophangt op de plek waar je wilt meten. Na een maand stuur je het buisje op naar het laboratorium en enkele weken later weet je wat je gemeten hebt.”

Van Oosten zegt dat er flink gesjoemeld wordt met cijfers om de luchtkwaliteit er zo rooskleurig mogelijk uit te laten zien. Dit zou zowel op landelijk niveau gebeuren als op gemeentelijk niveau: ,,De grootste sjoemelaar is natuurlijk het ministerie van VROM . Die begint met sjoemelen. Zo wordt er bijvoorbeeld met emissiefactoren gerommeld”, zegt Van Oosten. ,,Men moet, om een prognose te maken, bijvoorbeeld uitgaan van een bepaalde emissie (uitstoot) in 2010 en 2015. Dit gebeurt niet met een voorspelling gebaseerd op metingen, maar wordt door het VROM vastgesteld op basis van ,,we willen in die periode dat resultaat bereiken, laten we de emissies naar beneden bijstellen anders halen we het nooit. Er klopt geen hout van, ook in Utrecht niet. Als de gemeente bijvoorbeeld niet voldoet aan de grenswaarde voor fijn stof, dan zeggen ze gewoon: ,,We hebben ons vergist , er rijdt 30% minder verkeer bij nader inzien.”

De milieuactivist doet zijn beweringen op basis van narekenwerk. Hij zegt dat het luchtkwaliteitsbeleid dermate ontransparant is dat de gemiddelde leek er geen grip op kan krijgen, maar het beleid is wel transparant voor diegene die er in duikt. En dan is het heel duidelijk dat er gesjoemeld wordt: ,,Ik kan alleen maar zeggen: Hoe halen ze in godsnaam zulke bizarre emissiefactoren? Maar bewijzen heb ik natuurlijk niet. Verkeersintensiteiten en de emissies die gebruikt worden in rekenmodellen lijken nattevingerwerk te zijn. Een soort van “wishful thinking”.’’ Van Oosten geeft hier precies het nadeel aan van het CARII rekenmodel aan, namelijk dat een juist resultaat afhangt van feitelijke cijfers die in het model worden gestopt. Er is achteraf echter moeilijk na te gaan of deze cijfers kloppen, tenzij er gemeten wordt.

Normoverschrijding

Op 15 november 2007 is de Wet Luchtkwaliteit in werking getreden. Hierin zijn grenswaarden met betrekking tot de gemiddelde jaarconcentratie stikstofdioxide opgenomen. Stikstofdioxide is de stof die het beste aangeeft hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is. Per 1 januari 2009 geldt, naar Europese normen, een maximaal toelaatbare waarde van 42 microgram per kubieke meter (µg/m3). Een jaar later mag dit nog maar 40 µg/m3 zijn. De gemeente Utrecht denkt niet aan deze waarden te kunnen voldoen en heeft vijf jaar uitstel aangevraagd. Uit metingen van Wijk C Komitee blijkt dat de norm bij lange na niet wordt gehaald. Er werden zelfs waarden van 60 µg/m3 gemeten. Van de zes meetlocaties voldeed er slechts één aan de norm. De uitkomsten van het onderzoek zijn op z’n zachtst gezegd opmerkelijk te noemen, beaamt ook Nijssen. Dat de rekenmodellen een slechte weerspiegeling zijn van de werkelijkheid staat volgens hem inmiddels wel vast. Waarom de gemeente dan toch zo lang heeft gewacht met het invoeren van een meetsysteem blijft gissen. Nijssen denkt dat het uitstel wel eens te maken zou kunnen hebben met het halen van de EU-norm.

Zelf meten

Na een debat in januari, met als aanleiding de vervuilende bussen die de gemeente heeft aangeschaft, heeft de SP al aangegeven zelf metingen naar de luchtkwaliteit te willen doen. De partij kon zich niet vinden in het standpunt van De Weger dat een meetsysteem te duur zou zijn. Volgens SP’er Michel Eggermont hoeft een meetsysteem namelijk helemaal niet duur te zijn. “De gemeente Den Haag is een goed voorbeeld van hoe het ook kan. Zij verricht metingen op 75 plaatsen in de stad en publiceert de gegevens maandelijks op haar website. Zo’n systeem moet in Utrecht toch ook haalbaar zijn?!”

Omdat het nog wel enige tijd kan duren voordat de gemeente met een eigen meetsysteem komt, is de SP alvast begonnen met metingen. Sinds begin februari hangen de Palmes-buisjes op twintig verschillende plaatsen. De kosten hiervoor bedragen zo’n 7.500 euro. Een soortgelijk bedrag betaalt de gemeente nu al vaak aan een externe adviseur die bij een rechtszaak over de luchtkwaliteit voor de benodigde rapporten moet zorgen.

Volgens Eggermont hebben steeds minder Utrechters vertrouwen in de werkwijze van de gemeente als het gaat om de luchtkwaliteit. “Neem de plannen voor een fly-over op het 24 Oktoberplein. Volgens de gemeente leidt de aanleg niet tot meer verkeer en dus niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat lijkt mij hoogst onwaarschijnlijk.” De verkeersgegevens waarmee is gerekend, kloppen volgens hem dan ook niet. “De gemeente schetst de situatie rooskleuriger dan hij in werkelijkheid is.” Bij Eggermont bestaat het vermoeden dat er, al dan niet moedwillig, gesjoemeld is met de berekeningen.

College valt

Maar het is niet alleen de fly-over die de gemoederen in Utrecht bezighoudt. Een meerderheid van het college wil de bereikbaarheid verbeteren door aan de westkant van de stad een nieuwe verbindingsweg met de A2 aan te leggen. Het voorstel, dat onderdeel uitmaakt van het Actieplan Luchtkwaliteit (ALU), leidde halverwege maart het einde van het Utrechtse college van B&W in. GroenLinks, de op één na grootste partij in de raad, wilde het plan onder geen beding steunen vanwege de sloop van tientallen woningen en de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit was voor coalitiepartijen PvdA, CDA en ChristenUnie reden om het vertrouwen in de partij op te zeggen. Pogingen om te bemiddelen tussen de partijen liepen op niets uit, waarmee een collegebreuk onafwendbaar was. Op 1 april last GroenLinks een extra ledenvergadering in om de nieuw ontstane situatie te bespreken.

EU-normering gebaseerd op haalbaarheid

Al zou de gemeente Utrecht officieel aan de luchtkwaliteitsnorm voldoen, dus zowel berekend als gemeten, dan zou dit nog geen garantie zijn voor een gezonde lucht. ,,De EU-normering is namelijk bijgesteld op haalbaarheid, en niet op gezondheid’’, zegt Ben Nijssen hierover. Het RIVM nuanceert dit door te zeggen dat de normering eigenlijk een compromis is tussen haalbaarheid en een gezonde lucht. De norm is dus in feite zo gemaakt dat het te halen moet zijn, ook al betekent dit niet dat daarmee effecten op de volksgezondheid zijn uitgesloten. Het is daarom opmerkelijk te noemen dat de gemeente Utrecht zo veel moeite heeft met het halen van deze toch al discutabele normering en liever voor een makkelijkere weg kiest.

 —————-

Kader:

Vervuilende bussen

Dat de normen op diverse plekken worden overschreden, ligt voor een deel aan de 144 nieuwe Connexxion-bussen. De bussen, die sinds 14 december 2008 door de stad Utrecht rijden, zijn minder schoon dan gedacht. De gemeente stelde dat de nieuwe bussen een stuk schoner zouden zijn dan de oude. Maar uit een rapport van TNO blijkt nu dat de uitstoot stikstofdioxide vele malen hoger is dan waarmee de gemeente rekent.

Naar aanleiding hiervan vroeg Leefbaar Utrecht eind januari een debat aan over de luchtkwaliteit in de stad. Insteek was dat de gemeente zelf gaat meten. De partij vond gehoor bij het Amsterdamse gerechtshof. Die besliste dat Utrecht de luchtkwaliteit op de Amsterdamsestraatweg voortaan moet meten. Het was Van Oosten die de gemeente voor de rechter had gedaagd.

 

© 2018

Website by Bureau Beeldrijm